Vietnam

Goodmorning Vietnam

Omdat oud en nieuw vieren in je eentje toch wel een beetje saai is had ik besloten om met Timon af te spreken in Halong bay, Vietnam. Timon loopt stage in Ho Chi Minh en heeft een vlucht genomen naar een stad in de buurt van Halong bay. Ik vloog vanuit Vientiane, de hoofdstad van Laos naar Hanoi, de hoofdstad van Vietnam. Toen ik in Hanoi landde ging ik met de bus van het vliegveld naar het centrum van de stad om vanaf daar een bus naar Halong te pakken. Helaas stopte de bus niet bij een busstation maar gewoon midden in de stad. Ik was moe en gefrustreerd en wist even niet meer wat ik moest doen totdat een motortaxi mij wel naar het busstation wilde brengen. Ik heb mijn gezonde verstand uitgezet en ben achterop gesprongen, dwars door Hanoi. Samen met nog tien miljard mensen baanden we ons een weg door het drukke en chaotische verkeer, wat een ervaring. Aangekomen bij het busstation kocht ik snel een ticket en was nét op tijd, voor de laatste bus welteverstaan. Eindelijk halfdood in mijn hotel aangekomen kreeg ik een koud biertje van het huis en na enkele uren hoorde ik Timons stem op de gang. Eindelijk weer Nederlands spreken!

Halong Bye Bye

Wat ik niet wist is dat er een groot verschil is tussen Halong bay en Halong stad. De eerste is het natuurgebied met 1969 rotsen die uit de oceaan steken en tevens een van de zeven wonderen der natuur. De tweede Halong is de stad waar ons hotel stond, helaas. Blijkbaar verwachten de bewoners en corrupte investeerders dat het hier in het hoogseizoen storm gaat lopen want de grote hotels schieten als paddestoelen uit de lucht. Er was een enorm reuzenrad, een kabelbaan en zelfs een compleet pretpark met achtbaan, dit is zó niet waar wij naar op zoek waren. Enkele dagen later besloten we om naar het eiland Cát Bà voor de kust van Halong te gaan, achteraf een goede keuze. We huurden een scooter en tuften naar de ferry die ons in een uur varen dwars door het natuurgebied op het eiland bracht. Na het avondeten gingen we op zoek naar een geschikte plek om het nieuwe jaar in te luiden. We vonden een bar waar veel Europeanen waren en wachtten geduldig tot middernacht. De eerste minuut van 2017 was op z'n zachts gezegd een anticlimax te noemen aangezien de muziekkeuze ronduit belabberd te noemen was. Vind je het gek als je een computer op de bar zet waarbij dronken gasten zelf YouTubefilmpjes mogen kiezen. Desalniettemin hebben Timon en ik ons alsnog goed vermaakt, de kater kwam later.

Aan het lijntje houden

Na enkele dagen op het eiland moesten we weer terug naar het vaste land omdat Timon weer naar zijn stage in Ho Chi Minh moest. Onderweg op de scooter keek ik achterom en zag Timon aan de kant van de weg staan en nogal hysterisch zwaaien. Ik reed naar hem toe en zijn scooter bleek ermee opgehouden te zijn. Niet meer aan de praat te krijgen, ook niet door vier Vietnamezen met tangen en schroevendraaiers. Maar, Timon moest zijn vlucht halen, wat moesten we doen? We hebben een touw aan mijn scooter vastgemaakt en het andere eind aan Timon z'n stuur. Als Jut en Jul dwars over het eiland gereden met Timon op sleeptouw. Zelfs de Vietnamezen konden wel lachen om die gekke Nederlanders, maar het werkte, Timon heeft zijn vlucht gehaald, ik had 'm namelijk nét nog aan de lijn...

Hōi An!

De stad die de Vietnam-oorlog heeft doorstaan en haar eeuwenoude charme tot op de dag van vandaag heeft weten te behouden, Hōi An. Het is een mooie en fotogenieke stad maar werkelijk overladen met toeristen, vooral Aziatische toeristen. Na hier drie dagen te hebben gebivakkeerd heb ik toch besloten nóg zuidelijker te gaan. Het weer is in heel Azië in de war en na veel bewolking en regen ben ik weer toe aan zon, vandaar dat ik heb besloten naar Ho Chi Minh te gaan, vanaf daar zijn vluchten naar buurlanden velen malen goedkoper en ik kan nog even genieten van de sprankelende en tevens integere persoonlijkheid van Timon van de Vegt.

Treinen naar 't zuiden

Aangezien vliegtickets vanaf mijn vorige bestemming nogal duur waren leek het me een goed idee om met de trein te gaan, vanuit Danang naar Ho Chi Minh. Ruim 600 kilometer dwars door Vietnam. Op dit moment zit ik in die slaaptrein en heb er nu ruim zeven uren opzitten, nog dertien te gaan. Ik zit in een vierpersoons cabine waarvan twee bedden nog vrij zijn, alle ruimte dus. Na het stedelijke gebied te zijn passeert rijdt de trein langs bergen en uitgestrekte rijstvelden. We rijden niet snel dus alle tijd om te genieten van het landschap. Palmbomen, zwaaiende kinderen langs het spoor en vele boeren aan het werk op hun akkers. Wat een fantastische rit! Met natte oogjes geniet ik van het prachtige uitzicht en zag in een flits zelfs een ijsvogel vliegen. Of het was een hippe mus met een glitterjackie...

I'm so dirty!

Ondanks het feit dat ik (nog) geen voedselvergiftiging heb gehad in Vietnam wordt hygiene hier niet al te serieus genomen. Rob Geus zou een beroerte krijgen bij het bezoeken van de restaurants en mensen met smetvrees - waar ik ook een klein beetje schuldig aan ben - zijn er in één klap van af. Om een voorbeeld te noemen zal ik omschrijven hoe deze trein eruit ziet. Bij het plaatsnemen op mijn stoel/bed kon ik amper door het raam naar buiten kijken. Ik was niet van plan 600 kilometer door een smerig raam te gaan zitten kijken dus gewapend met een fles water en een pakje tissues ben ik naar buiten gelopen en probeerde mijn raam wat helderder te krijgen. Tot groot plezier van het treinpersoneel merkte ik al snel dat ik aan twee tissues niet genoeg had, dan maar niet. Toen ik weer plaatsnam pakte een personeelslid een doek en begon mijn raam te boenen. Deze doek was zó smerig dat het raam schoner was vóórdat mevrouw begon te boenen. Ik knikte toch maar vriendelijk en zag het doekje later uit zichzelf het perron afrennen. Ook maar even een doekje over het tafeltje gehaald waar de etensresten van de vorige passagiers nog op lagen... na tien vierkante cm boenen een diepbruin tissuetje. Accepteren, accepteren, accepteren.